Op 19 mei 2025 is een Ontwerp AMvB ‘Maatregelen tegen voortgezet crimineel handelen in detentie’ aan de Tweede Kamer voorgelegd. Het wijzigt de Penitentiaire Maatregel (PM) en het Besluit politiegegevens in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie. Hieronder leest u de belangrijkste voorgenomen wijzigingen:
1. Er komt visueel toezicht op gesprekken tussen gedetineerden in een EBI of op een AIT en hun rechtsbijstandverlener door middel van cameraobservatie (art. 23 b PM). Doel daarvan is volgens de toelichting een bijdrage te leveren aan het beschermen van de rechtsbijstandverlener tegen druk, dwang of dreiging vanuit de gedetineerde. Vanwege het uit art. 6 lid 3 sub c EVRM voortvloeiende recht op vrije advocatenkeuze is niet gekozen voor toepassing van het vier ogen-principe, maar voor visueel toezicht. Gesprekken worden opgenomen. Zij worden terstond gewist na het gesprek, tenzij het gesprek tussen gedetineerde en rechtsbijstandverlener is onderbroken door een personeelslid en de directeur daarna heeft besloten tot beëindiging van het gesprek.
2. Ter uitvoering van het nieuwe, nog in te voeren artikel 40 a PBW, dat bepaalt dat het aantal rechtshulpverleners waarmee een gedetineerde in een EBI of op een AIT contact mag hebben, wordt beperkt tot twee, wordt de PM met enkele artikelen uitgebreid. Zo moet de directeur aantekening houden van de rechtshulpverleners die toegang hebben tot de gedetineerde (art. 29 PM). Post die niet afkomstig is van een rechtsbijstandverlener die de gedetineerde heeft aangewezen, wordt niet uitgereikt aan de gedetineerde. Deze post moet ongeopend worden geretourneerd aan de afzender (art. 30 PM). De directeur moet op een verzoek tot het toestaan van een derde of volgende rechtshulpverlener als bedoeld in art. 40a lid 6 PBW uiterlijk binnen een maand beslissen (art. 31 PM). Uit de toelichting blijkt dat beoogd wordt contact met rechtshulpverleners zonder een concrete en verifieerbare taak te voorkomen. Het kan echter zo zijn dat de gedetineerde een extra rechtsbijstandverlener nodig heeft omdat een aangewezen rechtsbijstandverlener wegens ziekte of verlof niet inzetbaar is of omdat de twee aangewezen rechtsbijstandverleners niet de specifieke competentie(s) hebben om in een bepaalde rechtszaak (op een ander rechtsgebied) rechtsbijstand te verlenen.
3. Geestelijke verzorging aan gedetineerden in de EBI of op een AIT geschiedt in koppels, dus met toepassing van het vier ogen-principe, waarbij de twee geestelijke verzorgers in beginsel van dezelfde godsdienst of levensovertuiging en ten minste één van hen verbonden is aan de inrichting (art. 28 PM). Ook hier is de achterliggende gedachte dat voorkomen moet worden dat druk op de geestelijke verzorger kan worden uitgeoefend door de gedetineerde.
4. Geneeskundige behandeling van een gedetineerde die verblijft in een EBI of op een AIT, wordt verricht door twee artsen, waarvan er tenminste één verbonden is aan de PI of door een aan de inrichting verbonden arts en een verpleegkundige (art. 21 a PM). Voor visuele controle op het contact met artsen en geestelijke verzorgers is niet gekozen omdat ook met de toepassing van het vier-ogenprincipe kan worden voorkomen dat druk op deze personen wordt uitgeoefend.
5. Bezoek door de in art. 37 PBW genoemde personen en instanties (geprivilegieerde contacten) aan een in een EBI of op een AIT verblijvende gedetineerden, moet worden afgelegd door ten minste twee personen (art. 32 PM).
En zie voor een reactie van de RSJ op deze wijzigingen het ‘Advies wijziging GVM-circulaire, wijziging Regeling beperking telefooncontacten en vaststelling Regeling model huisregels AIT en EBI.
In het artikel ‘Niet ten koste van alles‘ leest u meer over de nieuwe toezichtsmaatregelen in de EBI en AIT.
Judith Serrarens en Wiene van Hattum, 8 juli 2025
