In het kort
Op 4 december heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa een kort uitstel gegeven aan de Nederlandse regering om verbetering aan te brengen in de detentieomstandigheden van levenslanggestraften op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten die lijden aan een psychische stoornis. De Raad legt de regering op om voor het einde van september 2026 met een uitgewerkt plan te komen.
De uitkomst van de 1545e bijeenkomst
In 2016 werd Nederland in de zaak van James Murray door het EHRM veroordeeld voor schending van het in artikel 3 EVRM neergelegde folteringsverbod. Murray zat op Curaçao een levenslange gevangenisstraf uit, maar kampte tegelijkertijd met psychiatrische problematiek. Het EHRM oordeelde dat de Nederlandse overheid sinds de veroordeling van Murray in 1980 niets had ondernomen om zijn detentie in dienst te stellen van zijn rehabilitatie. Het ontbrak in het Caribisch deel van het Koninkrijk aan een geschikte behandelkliniek. Ook werd overbrenging naar Nederland zonder goede grond afgewezen. Sinds zijn veroordeling is de Nederlandse Staat verplicht iedere twee jaar een zogeheten ‘Action Plan’ bij het Comité van Ministers van de Raad van Europa in te dienen waarin hij de genomen en te nemen maatregelen uiteenzet om herhaling van schending van artikel 3 EVRM te voorkomen. Sinds 2024 staat Nederland onder verscherpt toezicht, omdat de Action Plans van 2021 en 2023 slechts voorgenomen maatregelen bevatten en er geen informatie voorhanden is over (het effect van) reeds genomen maatregelen.
Eind maart van dit jaar diende de Nederlandse regering een vijfde Action Plan in, welk stuk begin december aan bod kwam tijdens een beraad van het Comité van Ministers. Ten behoeve van deze behandeling diende het Forum Levenslang, samen met het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten en het Netherlands Helsinki Committee, een zogenoemde Rule 9.2-submission in. Daarin stelden zij dat de door de Nederlandse regering gegeven voorstelling over levenslanggestraften met een stoornis niet in lijn is met de feitelijke gang van zaken; dat het nog steeds schort aan een tbs-kliniek in het Caribisch deel van het Koninkrijk; en dat zij die een tbs-handeling nodig hebben, niet naar Nederland worden overgebracht.
Vanwege het gebrek aan voortgang voert het Comité van Ministers de druk op Nederland nu op. De afgevaardigden van het Comité spreken hun zorgen uit over het trage verloop van de implementatie van de Murray-uitspraak. De (voor)genomen maatregelen zien daarnaast niet specifiek op het door het EHRM geconstateerde gebrek aan behandelmogelijkheden voor (psychiatrisch-)hulpbehoevende levenslanggestraften. Het Comité roept de vier landen van het Koninkrijk op om met een concrete langetermijnplanning te komen voor de ontwikkeling van een geschikt detentieklimaat voor gedetineerden met psychiatrische problematiek. Daarin moet bijzondere aandacht zijn voor het behulpzaam zijn bij de rehabilitatie van gedetineerden, waaronder dus ook levenslanggestraften.
Het Comité van Ministers lijkt zich bewust van de urgentie van het probleem. Daar waar het de gebruikelijke gang van zaken is dat overheden na een veroordeling door het EHRM tweejaarlijks een Action Plan moeten indienen, krijgt de Nederlandse regering dit keer slechts tot het einde van september 2026 de tijd om met een nieuw Action Plan te komen met daarin concrete informatie over de ontwikkelingen met betrekking tot de geconstateerde problematiek.
Wordt vervolgd.
22 december 2025, Caspar van Lookeren Campagne
