Met de inwerkingtreding van het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften op 1 maart 2017 is voorzien in een formele herbeoordelingsprocedure, waarmee het Nederlandse stelsel volgens de Hoge Raad (zie HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747) en het EHRM (zie Case of F.B. and others v. the Netherlands, appl. 28157/18) voldoet aan het vereiste perspectief op vrijlating.
In het Advies Levenslang herzien van 2022 is de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) evenwel kritisch op het herbeoordelingsmechanisme. De RSJ is van mening dat een rechterlijke toets beter geschikt is voor de herbeoordelingsbeslissing in het kader van de levenslange gevangenisstraf dan het huidige systeem op basis van de gratieprocedure. Door invoering van een rechterlijke toets kunnen procedurele waarborgen beter in acht worden genomen. Daarnaast draagt de invoering van een rechterlijke toets volgens de RSJ bij aan een onafhankelijk en onpartijdig oordeel. De rechter kan op een nader te bepalen moment toetsen of voortzetting van de onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging nog een strafrechtelijk doel dient. Als dat niet langer het geval is, kan de rechter beslissen om voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) te verlenen mits wordt voorzien in een mogelijkheid van v.i. Of een andere modaliteit van voorwaardelijke invrijheidstelling voor levenslanggestraften.
