Veelgestelde Vragen (FAQ)
OVER HET FORUM LEVENSLANG
- Wat is het Forum Levenslang?
- Wat wil het Forum Levenslang?
- Waarom is het Forum opgericht?
- Wie heeft het Forum opgericht?
- Hoe wil het Forum zijn doel bereiken?
- Wil het Forum de levenslange gevangenisstraf afschaffen?
- Waarom is de huidige manier van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet ‘humaan’ (niet ‘menselijk’)?
- Hoe staat de levenslange gevangenisstraf in relatie tot de doodstraf?
De volledige naam van het Forum is: ‘Forum humane tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf’. Het Forum is een stichting zonder winstoogmerk en bestaat uit een bestuur van drie leden, een ‘kerngroep’ van negen leden (dat functioneert als dagelijks bestuur), een Comité van Aanbeveling en verder uit meer dan 180 deelnemers. Sommige deelnemers vormen met elkaar een los/vaste werkgroep en anderen leveren individueel een bijdrage.
Het Forum wil bereiken dat de levenslange gevangenisstraf op een menselijker wijze wordt ten uitvoer gelegd. Dat betekent concreet (1) dat voor de veroordeelde een reële kans moet bestaan dat hij weer in vrijheid wordt gesteld (niet pas als hij terminaal ziek is, maar op een moment dat hij weer kan deelnemen aan de maatschappij als een volwaardig burger en geen veiligheidsrisico voor de samenleving meer oplevert) en (2) dat de straf zijn gezondheid niet onnodig nadelig mag beïnvloeden.
Het Forum is in 2008 opgericht vanuit een gevoel van onbehagen over de manier waarop door politici en bewindslieden sinds ongeveer 2004 over de levenslange gevangenisstraf wordt gesproken. Sinds ongeveer 2004 wordt namelijk gezegd dat de ‘straf gewoon voor de rest van het leven’ duurt, dus tot de dood (Minister Donner in 2004 in de Tweede Kamer). Deze bewindslieden verliezen daarmee uit het oog dat elk mens telt, dat niemand mag worden afgeschreven, dat iemand kan veranderen en dat een straf zonder uitzicht op invrijheidstelling niet menselijk is. Bovendien bestaat de opvatting, dat de straf ‘gewoon’ tot de dood moet duren, haaks op de manier waarop tot 2004 tegen de levenslange straf werd aangekeken. Tot die tijd was het de gewoonte een levenslanggestrafte de mogelijkheid te bieden zich te verbeteren en – als dat lukte – hem te helpen bij zijn terugkeer in de vrije maatschappij. Zie over de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf tot 2004 het artikel van Wiene van Hattum ‘In de daad een mens’.
Het Forum is opgericht door Wiene van Hattum (destijds universitair docent Rijksuniversiteit Groningen), Anke ten Brinke (docent communicatieve vaardigheden in het MBO, daarvoor o.a. bibliothecaris in twee penitentiaire inrichtingen) en Yvo van Kuijck (destijds senior raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en later voorzitter van de zogenaamde Penitentiaire Kamer in dat hof).
Het Forum wil zijn doel bereiken door het gedachtegoed van het Forum uit te dragen in artikelen, tijdschriften, kranten, social media, in blogs, in gesprekken met politici, rechters, officieren van justitie, advocaten én alle anderen die betrokken zijn bij de oplegging en de tenuitvoerlegging van de straf.
Nee, het Forum wil de levenslange gevangenisstraf niet afschaffen. Het Forum wil alleen dat een levenslanggestrafte niet wordt afgeschreven. Het Forum vindt dat vanaf het begin van de straf moet worden bijgehouden hoe de veroordeelde zich ontwikkelt, zowel geestelijk als lichamelijk. Na een zekere tijd – het Forum denkt aan een periode van maximaal twintig jaar – zou een rechter moeten bekijken of de tenuitvoerlegging van de straf moet worden voortgezet of dat het ook vanuit veiligheidsoverwegingen is te verantwoorden om de veroordeelde voorwaardelijk vrij te laten.
De manier van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf is op dit moment niet ‘menselijk’ omdat de straf – wat de minister betreft – in beginsel ‘gewoon’ duurt tot de dood erop volgt, zonder dat wordt onderzocht of de straf nog steeds nodig of zinvol is. De veroordeelde wordt als het ware afgeschreven en moet vervolgens tot zijn dood in de gevangenis blijven. Wát hij ook doet om te laten zien dat hij zich heeft verbeterd, heeft geen enkel effect. Er is geen belangstelling voor de persoon van de veroordeelde, alleen maar voor zijn daad, die hij niet meer goed kan maken. Illustratief is dit filmpje over een vrouw die meer dan vijfenveertig jaar gevangen zit in zo’n uitzichtloze en machteloze positie.
De doodstraf werd in Nederland sinds 1860 als ‘onbeschaafd’ beschouwd. Ook al werd die straf nog wel opgelegd, zij werd niet meer ten uitvoer gelegd. In andere Europese landen werd in die tijd de doodstraf ook afgeschaft. De langst mogelijke gevangenisstraf was in Nederland op dat moment twintig jaar. Om toch een straf te hebben die ervoor kon zorgen dat gevaarlijke mensen blijvend uit de maatschappij verwijderd konden worden, koos de wetgever in 1870 voor de invoering van de levenslange gevangenisstraf. In het ontwerp voor een Wetboek van Strafrecht is ervoor gekozen de levenslange straf te behouden, ‘met bloedend hart, want in beginsel deugt zij niet’ (Minister van Justitie Modderman, beraadslagingen Eerste Kamer, 1 maart 1881).
OVER DE OPLEGGING EN TENUITVOERLEGGING VAN DE LEVENSLANGE GEVANGENISSTRAF
De levenslanggestraften
- Hoeveel levenslanggestraften zijn er momenteel in Nederland?
- Hoeveel levenslanggestraften zijn tijdens de tenuitvoerlegging van hun straf overleden?
In 1975 kende Nederland één levenslanggestrafte (Hans van Z.). In 1990 waren het er zeven. In 2000 tien. In 2013 waren het er 31. Per 1 juli 2023 zijn er 57 levenslanggestraften in Nederland waarvan 12 nog in hoger beroep op cassatie. Achttien van hen zitten al langer dan 20 jaar en zeven van hen al langer dan 25 jaar. (bijgewerkt 11 juli 2023)
Aantal levenslanggestraften in Nederlandse penitentiaire inrichtingen, 1968-2022

In de laatste (blauwe) lijn zijn de 15 levenslanggestraften die nog wachten op behandeling van hun zaak in hoger beroep of cassatie opgeteld bij de 41 onherroepelijk veroordeelden.
Aantal levenslanggestraften in Nederlandse penitentiaire inrichtingen 1957-2022

Na de Tweede Wereldoorlog slonk het aantal levenslanggestraften doordat regelmatig gratie werd verleend en de levenslange gevangenisstraf weinig werd opgelegd. Tussen 1975 en 1982 was Hans van Z. de enige levenslanggestrafte. Hij zat zijn straf toen uit in de Van Mesdagkliniek.
Sinds 1981 zijn vier levenslanggestraften in de gevangenis overleden. Drie ‘aan ouderdom’, na resp. 34, 18 en 23,5 jaar detentie. Eén persoon pleegde na oplegging van de straf dezelfde nacht nog zelfmoord.
De stijging van het aantal opleggingen ‘levenslang’
- Hoe vaak wordt de straf opgelegd?
Tussen 1870 en 1986 werd de straf gemiddeld één keer per twee jaar opgelegd; sinds 2000 gemiddeld twee keer per jaar. Het aantal opleggingen is intussen verviervoudigd. In 2019 werden zeven personen tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld (deze straffen zijn nog niet onherroepelijk).
Hoe lang is ‘levenslang’ nu eigenlijk?
- Hoelang zit de langst gestrafte met een levenslange gevangenisstraf in 2021 vast?
In 2021 (peildatum 1 juni 2021) werd aan twee levenslanggestraften gratie verleend. Cevdet Y. kwam na bijna 38 jaar vrij en Loi Wah C. na meer dan 33 jaar. Omdat zij al zo lang vastzaten was de herbeoordelingsprocedure op hen nog niet van toepassing. Voor beiden gold dat de minister van Rechtsbescherming na meerdere gratieverzoeken, zeer veel procedures bij zowel de civiele rechter als de RSJ (de rechter die over tenuitvoerleggingskwesties gaat) gratie niet meer kon tegenhouden.
De thans langstzittende levenslanggestrafte zit sinds december 1992 vast. De daaropvolgende sinds mei 1993.
OVER HET EVRM EN HET EUROPESE HOF VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS (EHRM)
- Waarom perspectief bieden? Levenslanggestraften hebben toch iets verschrikkelijks gedaan en dus de ergste straf verdiend?
- Voldoet Nederland nu aan de rechtspraak van het EHRM?
Ja, levenslanggestraften hebben dan ook de zwaarste straf. Zekerheid dat ze zullen terugkeren in de vrije samenleving krijgen zij niet. Ze moeten er zelf aan werken, en soms is dat niet genoeg, bijvoorbeeld als zij lijden aan een stoornis die maakt dat zij gevaarlijk blijven. Dit neemt niet weg dat de straf toch gericht moet zijn op hun resocialisatie. Dat volgt uit de eis van ‘de menselijke waardigheid’ (‘human dignity’ in de woorden van het EHRM). Wat de nabestaanden vinden en wat de samenleving van de vrijlating vindt, mag op den duur niet de doorslag geven. Met deze gegevens kan wel rekening worden gehouden bij het bepalen van eventuele voorwaarden voor vrijlating.
Zie hierna bijna bij Het Herbeoordelingsmechanisme.
HET HERBEOORDELINGSMECHANISME
- Wat houdt het herbeoordelingsmechanisme in?
- Wat doet het Adviescollege Levenslanggestraften?
- Zijn de criteria recidiverisico en delictgevaarlijkheid wel voor dit doel valide en toepasbare criteria?
- Wat is het oordeel van de Hoge Raad over het herbeoordelingsmechanisme?
- Kritiek van de RSJ
- Kritiek van de Nationale ombudsman
- Kritiek van het Forum Levenslang
Het herbeoordelingsmechanisme is bedoeld om te beoordelen of een levenslanggestrafte in aanmerking zou kunnen komen voor invrijheidsstelling (al dan niet onder voorwaarden) en geeft aldus uitvoering aan het ‘prospect of release’ dat blijkens de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daadwerkelijk dient te bestaan. Het zogenaamde herbeoordelingsmechanisme voorziet in een ‘periodieke advisering’ door het Adviescollege Levenslanggestraften (eerste tree), twee jaar later gevolgd door een ambtshalve gratieprocedure (tweede tree).
Op 1 maart 2017 is het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften in werking getreden. Kern van het Besluit is dat een veroordeelde 25 jaar na aanvang van zijn detentie in aanmerking kan komen voor re-integratieactiviteiten. Het Adviescollege Levenslanggestraften adviseert hierover en neemt bij deze ‘periodieke advisering’ vier criteria in aanmerking:
1 het recidiverisico;
2 de delictgevaarlijkheid;
3 het gedrag en de ontwikkeling van de levenslanggestrafte gedurende zijn detentie;
4 de impact op de slachtoffers en nabestaanden en in de sleutel daarvan vergelding.
‘Neen’ is het oordeel van een drietal gedragsdeskundigen van het Forum. Zie hun artikel ‘Een kritische, gedragskundige noot bij de voorgeschreven criteria in de advisering van het Adviescollege Levenslanggestraften’ van 25 mei 2020, zoals gepubliceerd op de website. Als beoordelingsinstrumenten zijn deze instrumenten evenals terugvalpreventie – in deze beoordeling ongeschikt. Zij zijn wel ondersteunend van waarde in de re-integratiefase zelf, dus nadat de Minister toegang tot die fase heeft verleend.
De Hoge Raad oordeelde op 19 december 2017 dat, mede gelet op de getroffen regelingen in het Nederlandse recht (in het bijzonder: het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften, de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting), werd voorzien in een zodanig stelsel van herbeoordeling, op grond waarvan kan worden overgegaan tot verkorting van de levenslange gevangenisstraf, waardoor oplegging van een levenslange gevangenisstraf op zichzelf niet in strijd is met artikel 3 EVRM.
De Hoge Raad merkt hierbij wel op dat ‘(…) indien op enig moment zou komen vast te staan dat een levenslange gevangenisstraf ook onder vigeur van het nieuwe stelsel van herbeoordeling in de praktijk nimmer wordt verkort, zulks bepaaldelijk een factor van betekenis zal zijn bij de alsdan te beantwoorden v raag of de oplegging dan wel de verdere tenuitvoerlegging verenigbaar is met art. 3 EVRM.’ Het recht op ‘prospect of release’ mag dus niet louter een papieren mogelijkheid betreffen.
Met de inwerkingtreding van het Besluit Adviescollege Levenslanggestraften op 1 maart 2017 is voorzien in een formele herbeoordelingsprocedure, waarmee het Nederlandse stelsel volgens de Hoge Raad (zie HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747) en het EHRM (zie Case of F.B. and others v. the Netherlands, appl. 28157/18) voldoet aan het vereiste perspectief op vrijlating.
In het Advies Levenslang herzien van 2022 is de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) evenwel kritisch op het herbeoordelingsmechanisme. De RSJ is van mening dat een rechterlijke toets beter geschikt is voor de herbeoordelingsbeslissing in het kader van de levenslange gevangenisstraf dan het huidige systeem op basis van de gratieprocedure. Door invoering van een rechterlijke toets kunnen procedurele waarborgen beter in acht worden genomen. Daarnaast draagt de invoering van een rechterlijke toets volgens de RSJ bij aan een onafhankelijk en onpartijdig oordeel. De rechter kan op een nader te bepalen moment toetsen of voortzetting van de onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging nog een strafrechtelijk doel dient. Als dat niet langer het geval is, kan de rechter beslissen om voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) te verlenen mits wordt voorzien in een mogelijkheid van v.i. Of een andere modaliteit van voorwaardelijke invrijheidstelling voor levenslanggestraften.
De Nationale Ombudsman heeft in een brief aan de Minister voor Rechtsbescherming van 10 mei 2021 kritiek geuit op het Nederlandse herbeoordelingsmechanisme van de levenslange gevangenisstraf. Ook de Nationale Ombudsman is met name kritisch op het politieke karakter van het Nederlandse herbeoordelingsmechanisme, doordat de minister beslist over de gratieverlening, en niet een onafhankelijke en onpartijdige rechter, én de zwakke rechtswaarborgen van deze procedure.
Ook het Forum Levenslang heeft zich kritisch uitgelaten over de huidige herbeoordelingsprocedure. Er bestaan ten eerste zorgen over de huidige wijze van tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in de zogenaamde re-integratiefase. De voortdurende overschrijding van termijnen en de niet loyale uitvoering van adviezen van de ACL hebben volgens het Forum tot gevolg dat structureel niet wordt nagekomen wat aan de levenslanggestrafte wordt voorgehouden, namelijk een beslissing over eventuele invrijheidstelling na uiterlijk 28 jaar. Daarom voldoet de tenuitvoerleggingsprocedure niet aan het vereiste van voorzienbaarheid.
Dat de reviewtermijn van 28 jaren wordt overschreden, is toe te schrijven aan de bepaling in het Besluit ACL dat in de eerste 25 jaar van de levenslange gevangenisstraf geen op re-integratie gerichte activiteiten mogen worden aangeboden (zie art. 4 lid 2 Besluit ACL). Hierdoor gaan kostbare mogelijkheden tot voorbereiding op de invrijheidsstelling verloren.
Ten slotte hebben lange procedures bij de beklag- en beroepscommissie een groot vertragend effect, en zijn die, gezien het belang van voortvarendheid in deze fase, eenvoudig niet acceptabel. Levenslanggestraften hebben recht op een prospect of release, zonder dat dit steeds naar voren wordt geschoven (zie ook W.F. van Hattum, ‘De herbeoordelingsprocedure levenslanggestraften in de praktijk. ‘Onmiddellijke aanpassing vereist’, NJB 2024/255, (afl. 5), p. 316-321 & W.F. van Hattum, ‘Een regeling op krukken. De oplegging van de levenslange gevangenisstraf, naar aanleiding van HR 8 juli 2025′, NJB 2025/2522).
OVER GRATIE EN HET GRATIEBELEID
- Wat is het doel van de adviezen van de rechter en het openbaar ministerie?
- Hoeveel levenslanggestraften kregen vroeger gratie?
- Hoe lang is de proeftijd bij voorwaardelijke gratieverlening?
- Wanneer is in de afgelopen decennia gratie verleend?
- Is een gratieprocedure een geschikte procedure voor terminaal zieke gevangenen
- Kan behalve door gratie een levenslanggestrafte ook op een andere manier vrijkomen?
Het advies van het openbaar ministerie is vooral bedoeld om recente informatie over de veroordeelde te verschaffen. De minister van Veiligheid en Justitie mag van dit advies afwijken. Het advies van de rechter is bedoeld om de rechter die de straf destijds heeft opgelegd de gelegenheid te geven zich te beraden over de vraag of de onverkorte tenuitvoerlegging van de straf beantwoordt aan de eisen van rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid. De rechter bekijkt de huidige omstandigheden en vergelijkt deze met de omstandigheden die bekend waren toen de straf werd opgelegd. Hij neemt tevens voor zijn advies de criteria in acht van de Gratiewet én die zijn opgenomen in het Besluit Adviescollege levenslanggestraften, te weten: het recidiverisico, de delictgevaarlijkheid, het gedrag en de ontwikkeling van de levenslanggestrafte gedurende zijn detentie en de impact op de slachtoffers en nabestaanden en in de sleutel daarvan de vergelding (zie art. 4 lid 4 Besluit ACL).
De rechter brengt het advies uit aan de minister van Veiligheid en Justitie. Dit advies is in beginsel leidend. Dit betekent dat de minister over het algemeen niet mag afwijken van het advies van de rechter (zie HR 6 nov 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747, r.o. 3.5.3 en 3.5.4). Afwijken kan alleen als daar bijzondere redenen voor zijn, zo heeft de Hoge Raad mede op basis van de parlementaire geschiedenis in zijn arrest van 6 november 2020 benadrukt.
Uit een overzicht van 1889 tot 1963, gemaakt door het ministerie van Justitie, blijkt dat niet één levenslange straf tot de dood ten uitvoer is gelegd. Wel zijn sommige veroordeelden binnen 10 jaar na oplegging van de straf overleden, nog voordat gratie kon worden overwogen. Het doel was gratie te verlenen als dat mogelijk was, “ter voorkoming van het verloren gaan van de reclasseringskansen”.
In 1975 is gratie verleend aan Dokter O. Dokter O zat twee levenslange gevangenisstraffen uit. Een wegens de moord op zijn vrouw en een wegens de moord op een medelevenslanggestrafte. De begeleidende brief van de Staatssecretaris van Justitie van 13 februari 1975 gaf uitdrukking aan het toen heersende uitgangspunt dat gratie diende te worden verleend ‘indien dat mogelijk’ was. Daarna is gratie verleend aan Hans van Z. in 1986. Van Z. zat toen 19 jaar in detentie. Zijn straf werd omgezet in een tijdelijke straf van 28,5 jaar, waardoor hij meteen voor VI (voorwaardelijke invrijheidstelling) in aanmerking kwam omdat reeds twee derde van de straf was ondergaan. Van 1975 tot 1986 was Hans van Z. de enige levenslanggestrafte in Nederland.
De proeftijd bedraagt maximaal twee jaar (zie artikel 14 lid 1 Gratiewet). Deze termijn is sinds de invoering van de Gratiewet niet gewijzigd. Sinds 2025 bestaan er plannen om de termijn te verlengen.
Er is sinds de rechtspraak van het EHRM in de zaak Vinter (2023) en Murray (2016) – inhoudende dat levenslanggestraften perspectief op invrijheidstelling moeten hebben – driemaal gratie verleend, in alle drie de gevallen ‘voorwaardelijk’.
In 2009 is gratie verleend aan een terminaal zieke levenslanggestrafte, na 18 jaar van zijn straf te hebben ondergaan. De straf van betrokkene was overgenomen uit Duitsland. Een gratieprocedure duurt gewoonlijk enkele maanden tot jaren. In dit geval is de procedure echter versneld afgehandeld, vanwege de verwachting dat betrokkene op korte termijn zou overlijden. Enkele maanden na zijn vrijlating is betrokkene overleden.
Op 19 januari 2021 is gratie verleend aan Y. (zie de brief van de minister van 20 januari 2021). Betrokkene (Y.) onderging zijn straf sinds 1983 na veroordeling wegens moord gevolgd door doodslag in voortgezette handeling vijfmaal gepleegd (dus niet ‘zesmaal moord’wat vaak wordt gezegd over deze zaak). De voorzieningenrechter had in deze zaak meermaals geoordeeld dat de motivering van de afwijzing van het gratieverzoek van Y ontoereikend was. De strafrechter had namelijk positief geadviseerd over het gratieverzoek. Aan betrokkene is uiteindelijk na 38 jaar detentie gratie verleend.
Op 26 april 2021 is gratie verleend aan C. (zie de brief van de minister van 10 mei 2021). Betrokkene zat vanaf oktober 1987 gedetineerd wegens het medeplegen van moord op vier leden van een Chinees gezin. C. had al meerdere gratieverzoeken ingediend vóór de inwerkingtreding van de ACL. C. heeft in 2021 een zevende gratieverzoek ingediend. Na 33,5 jaren detentie is hem daarop voorwaardelijk gratie verleend, maar wel ‘met ingang van een geslaagd vertrek naar zijn land van herkomst’. C. is daarop door de Koninklijke Marechaussee naar zijn thuisland begeleid.
Voorlopig de laatste keer dat gratie is verleend was op 25 oktober 2023 (zie de brief van de minister van 26 oktober 2023). S. zat vanaf 1 december 1992 in detentie wegens een inbraak met dodelijke afloop (gekwalificeerde doodslag). Betrokkene heeft als enige het nieuwe stelsel, dat sinds 1 maart 2017 in werking is getreden, volledig doorlopen. Na 31 jaar detentie is aan betrokkene gratie verleend.
In afwijking van het oude beleid (tot 1986) heeft de bewindspersoon in alle drie gevallen een toelichting gegeven op zijn beslissing aan de Tweede Kamer (zie bovenstaande brieven van de minister).
Normaal gesproken duurt een gratieprocedure voor een levenslanggestrafte enige maanden tot jaren. Daarom is deze route minder geschikt voor een acuut terminaal zieke patiënt. Echter, indien een arts verwacht dat de patiënt nog slechts één à twee weken te leven heeft, kan op heel korte termijn toch gratie worden verleend. Dat is in 2009 gebeurd. Enkele maanden na de vrijlating is betrokkene overleden.
Naast gratie bestaat de mogelijkheid dat de kortgedingrechter de levenslanggestrafte vrijlaat, namelijk als sprake is van schending van artikel 3 EVRM en de gratieprocedure geen perspectief biedt. Zie HR 6 november 2020, r.o. 3.5.7.
“Zoals al is overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2017 laat de invoering van het in 2017 in werking getreden stelsel van herbeoordeling onverlet dat indien op enig moment zou komen vast te staan dat een levenslange gevangenisstraf ook onder vigeur van dit nieuwe stelsel in de praktijk nimmer wordt verkort, dat bepaaldelijk een factor van betekenis zal zijn bij de dan te beantwoorden vraag of de oplegging dan wel de (onverkort) verdere tenuitvoerlegging verenigbaar is met art. 3 EVRM. Dat betekent dat de burgerlijke rechter, op een daartoe strekkende vordering, de verdere tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf kan verbieden, indien de (periodieke) herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf – ambtshalve of naar aanleiding van daartoe strekkende gratieverzoeken – niet tot de benodigde bekorting of aanpassing van die straf heeft geleid terwijl de (onverkort) verdere tenuitvoerlegging van de straf in strijd met art. 3 EVRM is”
De afgelopen jaren is in dit kader meermalen een beroep gedaan op art. 3 EVRM. Er is echter geen geval bekend waarbij een levenslanggestrafte door de kortgedingrechter in vrijheid is gesteld.
ANDERE LANDEN
- Hoe is de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf geregeld in bijvoorbeeld België?
Naast voorlopige invrijheidstelling en ‘genade’ (gratie), kunnen levenslanggestraften in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling indien zij respectievelijk 15, 19 of 23 jaar van hun straf hebben uitgezeten. Uiterlijk zes maanden na het indienen van een verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling wordt de zaak behandeld door de strafuitvoeringsrechtbank. Wanneer vaststaat dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en de veroordeelde instemt met de (eventueel) op te leggen bijzondere voorwaarden, wordt de voorwaardelijke invrijheidstelling in beginsel altijd toegewezen. De regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling in België voorziet dus in een herbeoordeling na een periode van minimaal 15 jaar.
HET ‘DAGPROGRAMMA’ VAN EEN LEVENSLANGGESTRAFTE
- Waar kan ik de rechtspraak van de beroepscommissie RSJ vinden?
Zie de databank van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, (trefwoorden: ‘levenslange gevangenisstraf’ en ‘verlof’).
