Er is sinds de rechtspraak van het EHRM in de zaak Vinter (2023) en Murray (2016) – inhoudende dat levenslanggestraften perspectief op invrijheidstelling moeten hebben – driemaal gratie verleend, in alle drie de gevallen ‘voorwaardelijk’.
In 2009 is gratie verleend aan een terminaal zieke levenslanggestrafte, na 18 jaar van zijn straf te hebben ondergaan. De straf van betrokkene was overgenomen uit Duitsland. Een gratieprocedure duurt gewoonlijk enkele maanden tot jaren. In dit geval is de procedure echter versneld afgehandeld, vanwege de verwachting dat betrokkene op korte termijn zou overlijden. Enkele maanden na zijn vrijlating is betrokkene overleden.
Op 19 januari 2021 is gratie verleend aan Y. (zie de brief van de minister van 20 januari 2021). Betrokkene (Y.) onderging zijn straf sinds 1983 na veroordeling wegens moord gevolgd door doodslag in voortgezette handeling vijfmaal gepleegd (dus niet ‘zesmaal moord’wat vaak wordt gezegd over deze zaak). De voorzieningenrechter had in deze zaak meermaals geoordeeld dat de motivering van de afwijzing van het gratieverzoek van Y ontoereikend was. De strafrechter had namelijk positief geadviseerd over het gratieverzoek. Aan betrokkene is uiteindelijk na 38 jaar detentie gratie verleend.
Op 26 april 2021 is gratie verleend aan C. (zie de brief van de minister van 10 mei 2021). Betrokkene zat vanaf oktober 1987 gedetineerd wegens het medeplegen van moord op vier leden van een Chinees gezin. C. had al meerdere gratieverzoeken ingediend vóór de inwerkingtreding van de ACL. C. heeft in 2021 een zevende gratieverzoek ingediend. Na 33,5 jaren detentie is hem daarop voorwaardelijk gratie verleend, maar wel ‘met ingang van een geslaagd vertrek naar zijn land van herkomst’. C. is daarop door de Koninklijke Marechaussee naar zijn thuisland begeleid.
Voorlopig de laatste keer dat gratie is verleend was op 25 oktober 2023 (zie de brief van de minister van 26 oktober 2023). S. zat vanaf 1 december 1992 in detentie wegens een inbraak met dodelijke afloop (gekwalificeerde doodslag). Betrokkene heeft als enige het nieuwe stelsel, dat sinds 1 maart 2017 in werking is getreden, volledig doorlopen. Na 31 jaar detentie is aan betrokkene gratie verleend.
In afwijking van het oude beleid (tot 1986) heeft de bewindspersoon in alle drie gevallen een toelichting gegeven op zijn beslissing aan de Tweede Kamer (zie bovenstaande brieven van de minister).
