Het advies van het openbaar ministerie is vooral bedoeld om recente informatie over de veroordeelde te verschaffen. De minister van Veiligheid en Justitie mag van dit advies afwijken. Het advies van de rechter is bedoeld om de rechter die de straf destijds heeft opgelegd de gelegenheid te geven zich te beraden over de vraag of de onverkorte tenuitvoerlegging van de straf beantwoordt aan de eisen van rechtvaardigheid, humaniteit en doelmatigheid. De rechter bekijkt de huidige omstandigheden en vergelijkt deze met de omstandigheden die bekend waren toen de straf werd opgelegd. Hij neemt tevens voor zijn advies de criteria in acht van de Gratiewet én die zijn opgenomen in het Besluit Adviescollege levenslanggestraften, te weten: het recidiverisico, de delictgevaarlijkheid, het gedrag en de ontwikkeling van de levenslanggestrafte gedurende zijn detentie en de impact op de slachtoffers en nabestaanden en in de sleutel daarvan de vergelding (zie art. 4 lid 4 Besluit ACL).
De rechter brengt het advies uit aan de minister van Veiligheid en Justitie. Dit advies is in beginsel leidend. Dit betekent dat de minister over het algemeen niet mag afwijken van het advies van de rechter (zie HR 6 nov 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747, r.o. 3.5.3 en 3.5.4). Afwijken kan alleen als daar bijzondere redenen voor zijn, zo heeft de Hoge Raad mede op basis van de parlementaire geschiedenis in zijn arrest van 6 november 2020 benadrukt.
